De eFTI-verordening bepaalt dat overheden in de EU vrachtinformatie in digitale vorm moeten accepteren. Vanaf 9 juli 2027 geldt die plicht volledig. Wat betekent dat voor u als verlader, vervoerder of expediteur, en wat verandert er niet?
Wat is de eFTI-verordening?
De eFTI-verordening (Verordening (EU) 2020/1056) verplicht bevoegde autoriteiten in de EU om wettelijk vereiste vrachtinformatie te accepteren als een bedrijf die elektronisch aanbiedt via een gecertificeerd eFTI-platform. Bedrijven zelf worden niet verplicht om digitaal te werken: papier blijft toegestaan. De acceptatieplicht geldt volgens de Europese Commissie vanaf 9 juli 2027.
eFTI staat voor electronic freight transport information, in de officiële Nederlandse tekst “elektronische informatie over goederenvervoer”. De verordening is vastgesteld op 15 juli 2020 en gepubliceerd in PB L 249 van 31 juli 2020 (EUR-Lex, Verordening (EU) 2020/1056). Artikel 1 beschrijft twee onderdelen: de voorwaarden waaronder autoriteiten elektronische informatie moeten aanvaarden, en regels voor de diensten die die informatie verwerken.
Belangrijk is wat de verordening níet doet. Overweging 7 zegt dat zij de inhoud van bestaande informatieplichten niet verandert, geen extra eisen toevoegt en “de mogelijkheid … om die informatie op papier aan te bieden” onverlet laat. Het gaat dus om de vorm waarin u verplichte gegevens kunt tonen, niet om nieuwe gegevens.
Voor welke vervoerswijzen en welke informatie geldt eFTI?
De verordening geldt voor goederenvervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren en door de lucht. Zo omschrijft de Europese Commissie het toepassingsgebied. Zeevervoer wordt in artikel 2 niet genoemd; overweging 7 vermeldt dat de aparte regeling voor het Europees maritiem single window (Verordening (EU) 2019/1239) onverlet blijft.
Welke informatie onder eFTI valt, staat in artikel 2 lid 1. Het gaat om informatie die een bestaande EU-regel of een aangewezen nationale regel voorschrijft. De verordening noemt onder meer:
- vervoersinformatie op grond van Verordening nr. 11 van de EEG-Raad (vrachtprijzen en vervoersvoorwaarden);
- documenten voor gecombineerd vervoer (Richtlijn 92/106/EEG);
- informatie bij internationaal wegvervoer en cabotage (artikel 8 lid 3 van Verordening (EG) nr. 1072/2009);
- informatie bij de overbrenging van afvalstoffen (Verordening (EG) nr. 1013/2006);
- de vervoersdocumenten voor gevaarlijke stoffen uit hoofdstuk 5.4 van ADR (weg), RID (spoor) en ADN (binnenvaart);
- informatie op grond van uitvoeringshandelingen, waaronder regels voor luchtvrachtbeveiliging (bijlage I, deel A).
Lidstaten kunnen daarnaast nationale informatieplichten aanmelden, die dan in deel B van bijlage I komen. Lidstaten moesten die bepalingen uiterlijk op 21 augustus 2021 melden aan de Commissie (artikel 2 lid 2).
Wanneer moeten autoriteiten eFTI accepteren?
Volgens de Europese Commissie moeten autoriteiten in alle lidstaten vanaf 9 juli 2027 elektronische vrachtinformatie via gecertificeerde eFTI-platforms accepteren. Die datum staat niet letterlijk in de verordening. Artikel 5 lid 1 legt de acceptatieplicht vast op 30 maanden na de inwerkingtreding van de eerste gedelegeerde handeling of uitvoeringshandeling op grond van artikel 7 en 8.
Die eerste handelingen traden volgens de Commissie in werking op 9 januari 2025 (Europese Commissie, nieuwsbericht 9 januari 2025). Dertig maanden later komt u uit op 9 juli 2027, de datum die de Commissie op haar eFTI-pagina noemt.
Tijdlijn van de eFTI-verordening
| Datum | Wat | Bron |
|---|---|---|
| 15 juli 2020 | Verordening (EU) 2020/1056 vastgesteld | EUR-Lex |
| 31 juli 2020 | Publicatie in PB L 249 | EUR-Lex |
| 20 augustus 2020 | Inwerkingtreding (twintigste dag na publicatie, art. 18); start bevoegdheid voor gedelegeerde handelingen (art. 14) | EUR-Lex |
| 21 augustus 2021 | Uiterste datum voor lidstaten om nationale informatieplichten te melden (art. 2 lid 2) | EUR-Lex |
| 21 augustus 2024 | Verordening van toepassing (art. 18), behalve de acceptatieplicht, die afhangt van de uitvoeringshandelingen | EUR-Lex |
| 5, 15 en 26 juli 2024 | Vaststelling van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/1942 (toegang autoriteiten) en Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2024/2025 (bijlage I, deel B) en 2024/2024 (gemeenschappelijke dataset) | Europese Commissie |
| 9 januari 2025 | Eerste uitvoerings- en gedelegeerde handelingen in werking; start van de termijn van 30 maanden (art. 5 lid 1) | Europese Commissie |
| 6 november 2025 | Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2243: specificaties voor de functionele eisen aan eFTI-platforms | Europese Commissie |
| januari 2026 | Platforms en dienstverleners kunnen zich voorbereiden; autoriteiten mógen gegevens van gecertificeerde platforms al accepteren | Europese Commissie |
| december 2026 (gepland) | Commissie wil de resterende technische specificaties en certificeringsregels vaststellen | Europese Commissie |
| 9 juli 2027 | Verordening volledig van toepassing: autoriteiten moeten eFTI via gecertificeerde platforms accepteren | Europese Commissie |
| 21 augustus 2027 | Eerste rapportage van lidstaten over het gebruik (art. 17) | EUR-Lex |
| 21 februari 2029 | Evaluatie door de Commissie, ook over een mogelijke verplichting voor bedrijven (art. 16) | EUR-Lex |
De planning voor december 2026 is een voornemen van de Commissie, geen vastgestelde datum. Of die handelingen op tijd komen, kunt u volgen op de eFTI-pagina van de Commissie en in de rubriek actueel.
Moet uw bedrijf verplicht overstappen op eFTI?
Nee, op dit moment niet. De verordening richt zich met de acceptatieplicht tot autoriteiten. Kiest u voor elektronisch aanbieden, dan moet u wel aan de eisen van artikel 4 voldoen. Papier blijft volgens overweging 7 mogelijk.
Er zit wel een vervolgstap in de wet. Bij de evaluatie, uiterlijk op 21 februari 2029, beoordeelt de Commissie ook of een verplichting tot elektronische informatieverstrekking voor bedrijven wenselijk is (artikel 16). Dat is een toekomstige afweging, geen besluit.
Biedt u informatie elektronisch aan, dan gelden deze voorwaarden uit artikel 4:
- de gegevens zijn verwerkt op een gecertificeerd eFTI-platform, zo nodig via een gecertificeerde eFTI-dienstverlener;
- de informatie is machineleesbaar en de autoriteit krijgt toegang via een beveiligde verbinding met een unieke identificatielink;
- op verzoek toont u de informatie ter plaatse in leesbare vorm op een scherm van uw eigen apparaat.
Een pdf in een e-mail of een foto op de telefoon voldoet dus niet aan deze eisen. Wat telt, is de koppeling met een gecertificeerd platform waar de controleur zelf de gegevens kan opvragen.
Wat is het verschil tussen eFTI en eCMR?
eFTI gaat over informatie die u aan de overheid moet kunnen tonen; de eCMR gaat over de vrachtbrief tussen partijen bij een vervoerovereenkomst. Het zijn twee verschillende regelingen met een ander doel, die elkaar in de praktijk wel raken.
De CMR-vrachtbrief is het bewijsstuk van de vervoerovereenkomst bij internationaal wegvervoer onder het CMR-verdrag. De elektronische variant, de eCMR, is mogelijk door het Aanvullend Protocol van 20 februari 2008. Artikel 2 lid 2 van dat protocol bepaalt dat een elektronische vrachtbrief die aan het protocol voldoet “dezelfde bewijskracht en dezelfde gevolgen” heeft als de papieren vrachtbrief (Tractatenblad 2008, 130). Partijen moeten daarvoor onder meer een betrouwbare elektronische handtekening gebruiken en afspraken maken over de werkwijze (artikelen 3 en 5). Meer daarover leest u bij het eCMR-protocol.
De eFTI-verordening noemt het CMR-verdrag niet in haar artikelen. Overweging 6 vermeldt het CMR wel als voorbeeld van een verdrag waarin dezelfde informatie kan voorkomen die ook een overheidsregel vereist. Daarnaast noemt die overweging COTIF (spoor), het Verdrag van Montreal en IATA-resolutie 672 (lucht) en het CMNI (binnenvaart). Autoriteiten moeten de wettelijk vereiste informatie elektronisch accepteren, ook als die in zo’n verdragsdocument staat.
Een eCMR maakt een papieren vrachtbrief tussen u en uw contractpartij dus overbodig. Of een controleur de gegevens daaruit digitaal moet accepteren, hangt af van eFTI: of de informatie onder artikel 2 valt en via een gecertificeerd platform wordt aangeboden. Voor uw aansprakelijkheid en bewijspositie blijven het CMR-verdrag en de eCMR-afspraken bepalend, niet eFTI.
Hoe werkt de certificering van eFTI-platforms?
Een eFTI-platform of eFTI-dienstverlener wordt gecertificeerd door een geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstantie. Die instantie toetst op aanvraag of het platform voldoet aan de functionele eisen van artikel 9 lid 1, of de dienstverlener aan artikel 10 lid 1 (artikelen 12 en 13).
Bij een positieve beoordeling volgt een certificaat van conformiteit. De instantie houdt een openbare lijst bij van gecertificeerde platforms, inclusief schorsingen en intrekkingen (artikel 12 lid 2). Informatie die via een gecertificeerd platform wordt aangeboden, draagt een certificeringsmerk (artikel 12 lid 3). Wijzigen de technische specificaties, dan is een nieuwe beoordeling nodig (artikel 12 lid 4).
De conformiteitsbeoordelingsinstanties zelf worden geaccrediteerd volgens Verordening (EG) nr. 765/2008. Elke lidstaat wijst een autoriteit aan die een openbare lijst bijhoudt en die jaarlijks uiterlijk 31 maart aan de Commissie meldt (artikel 11). De gedetailleerde certificeringsregels moeten nog via aanvullende handelingen worden uitgewerkt; de Commissie plant die volgens haar eFTI-pagina voor december 2026.
Wat kunt u nu al praktisch doen?
U hoeft niets te doen om aan de wet te voldoen, maar wie digitaal wil gaan, kan zich nu voorbereiden. Een redactionele checklist, gebaseerd op wat de verordening vraagt:
- Breng in kaart welke wettelijke documenten u meegeeft. Denk aan ADR-vervoersdocumenten, afvalbegeleidingsinformatie of cabotage-informatie. Alleen informatie onder artikel 2 valt onder eFTI.
- Vraag uw softwareleverancier naar eFTI. Werkt die aan certificering als eFTI-platform of eFTI-dienstverlener? Een eigen vervoersmanagementsysteem is niet automatisch een gecertificeerd platform.
- Controleer later de openbare lijsten. Gecertificeerde platforms en dienstverleners worden openbaar vermeld door de conformiteitsbeoordelingsinstanties (artikelen 11 tot en met 13).
- Zorg voor een scherm in de cabine. Op verzoek moet de informatie leesbaar ter plaatse worden getoond op een apparaat van de marktdeelnemer (artikel 4 lid 4).
- Houd papier achter de hand. Tot 9 juli 2027 zijn autoriteiten niet verplicht elektronische informatie te accepteren; vanaf januari 2026 mogen zij dat wel. Papier blijft ook daarna een toegestane optie.
- Leg eCMR-afspraken vast met uw contractpartijen. Gebruikt u een elektronische vrachtbrief, spreek dan de procedures af die het eCMR-protocol vereist.
Een Nederlandse uitvoeringsregeling of een rijksoverheidspagina over de handhaving van eFTI hebben wij bij het schrijven van dit artikel (oktober 2026) niet gevonden. Welke Nederlandse diensten precies als bevoegde autoriteit optreden, kunnen wij daarom nog niet aangeven.
Veelgestelde vragen over eFTI
Geldt eFTI ook voor binnenlands vervoer?
Ja, voor zover de informatie onder artikel 2 valt. Artikel 1 spreekt over wettelijk vereiste informatie “op het grondgebied van de Unie”. De verordening maakt geen onderscheid tussen binnenlands en grensoverschrijdend vervoer. Of een bepaalde nationale informatieplicht eronder valt, hangt af van de vraag of Nederland die in bijlage I, deel B, heeft laten opnemen.
Kan een controleur na 9 juli 2027 nog een papieren document eisen?
Biedt u de informatie aan via een gecertificeerd platform, dan moet de autoriteit die volgens artikel 5 aanvaarden. Vraagt de controleur een leesbare versie, dan toont u die ter plaatse “op een scherm van een elektronisch toestel” van uw bedrijf (artikel 4 lid 4). Een papieren versie noemt de verordening in dat geval niet als eis. Hoe de controle in Nederland precies wordt ingericht, is nog niet bekend.
Wie draagt de kosten van een eFTI-platform?
Dat regelt de verordening niet voor bedrijven. Artikel 10 lid 1 bepaalt wel dat eFTI-dienstverleners de bevoegde autoriteiten “zonder kosten of vergoedingen” toegang moeten geven tot de gegevens. Wat een platform of dienstverlener u in rekening brengt, is een commerciële afspraak.
Deze uitleg is algemene informatie en geen juridisch advies. Raadpleeg bij een concreet geschil een jurist met kennis van vervoersrecht. Arbitrage Logistiek is niet verbonden aan SAL, UNUM of sVa.